Even lachen over werkdruk, stress en haast. Misschien helpt deze post om na te denken over de drukte waar we in kunnen zitten en helpt het om te onthaasten.

Ik zag een man fietsen. Hij leek wel een leuk kaboutertje. Hij had een baard(je) en bolle wangen. Een rond, bol, bijna kaal hoofd(je). Je kon het goed zien, want hij had zijn puntmuts niet op. Die had hij vast thuis gelaten. Het zonnetje scheen lekker en scheen dus ook lekker op zijn hoofd. Dat is een namelijk fijn gevoel en daarom had hij zijn puntmuts zeker thuis gelaten.

Hij fietste voorbij met zijn dikke buikje daar op de fiets. Hij zat parmantig rechtop, hield zijn stuur goed met beide handen vast, zoals hij het geleerd had. Zijn kabouterbillen hingen een beetje over het zadel heen. Bolle kabouterwangen, een bol baardje, bolle beentjes en bolle billen. Alles bolletjes (aan) zoals het hoort bij een kaboutertje.

Ik stond voor het stoplicht te wachten en hij stak over vlak voor me. Daarom had ik ook alle tijd om goed naar hem te kijken. Hij begon aan de rechterkant van de straat over te steken en reed voor mij langs helemaal naar de linker kant van de straat. En ik reed niet over hem heen, want ik stond keurig stil. Ik was namelijk op slag rustig geworden terwijl ik naar hem keek met zijn mos bruine kabouteroutfit.

Kort daarvoor was ik nog met honderd zóveel uit de drukke stad in het westen aan komen scheuren, oerend hard, maar voor dat stoplicht met deze kabouter in het vizier werd ik op slag rustig.

Wat een haast hebben we toch altijd in het westen van het grote land, dacht ik. Deze kabouter in het oosten gelukkig niet. Die zat tevreden op zijn fiets.

Alles aan deze kabouter ademde rust uit. Zelfs van zijn kleren werd je rustig. Die had hij natuurlijk gekocht in de winkel waar je heen gaat om ‘een broek’ of ‘een trui’ te kopen. Niets van dat gedoe in zo’n winkel met de laatste mode en keuze uit honderd, in duizend verschillende kleuren. Om gek van te worden.

Nee, gewoon bij de mevrouw van de toonbank zeggen wat je wilt. “Goedemorgen, hebt u voor mij een broek?”, die pakt zij dan en jij geeft je kaboutercentjes. Dan ben jij weer klaar. Jij hebt je broek. Fijn om te zijn, daar in de winkel waar ze maar één kleur verkopen en al jaren: mos bruin of mos groen, het is maar hoe je het noemt.

Zoals een goede kabouter betaamt, had hij de mens blij gemaakt. Ik was op slag blij en rustig geworden van hem en ik had geen haast meer. En hij? Hij fietste voorbij. Ik wilde nog naar hem roepen: ‘hee joh, je hebt me blij gemaakt’. Maar dan zou ik de kabouterrust van dit fietsende kaboutertje misschien verstoren. Dus bleef ik heel zen stil zitten.

Work hard. Live balanced. Sandra Kruijt

Deel dit artikel