Mensen die het meest bewegen in de ochtend hebben een lager risico op een hersen- en hartinfarct. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), gefinancierd door de Hartstichting en het NWO-gefinancierde project BioClock. Het gaat hierbij niet alleen om intensieve beweging zoals sporten, maar echt om alle lichaamsbeweging op een dag. De studie verscheen op 14 november 2022 in de European Journal of Preventive Cardiology.

 

Gezondheidswinst van lichaamsbeweging het grootst bij bewegen in de late ochtend

“Lichaamsbeweging is goed voor je gezondheid, dat weet bijna iedereen”, zegt PhD-student Gali Albalak. “Als we het over de gezondheidswinst van bewegen hebben gaat het al snel over hoe vaak en hoe intensief je moet bewegen, en vrijwel nooit over wannéér je het beste kan bewegen.” Door de beweeggegevens van ruim 85.000 Britten te onderzoeken, kwamen Albalak en collega’s erachter dat mensen die het meest bewegen in de late ochtend, van 09:00 tot 11:00 uur, 16% minder kans hebben op het krijgen van een hartaanval en 17% minder kans op een herseninfarct. Dit is in vergelijking met mensen zonder duidelijke piek in lichaamsbeweging.

 

Biologische klok

“Timing lijkt dus wel degelijk uit te maken”, zegt Albalak. De verklaring daarvoor ligt volgens de onderzoekers in onze biologische klok. Die zorgt er namelijk voor dat alles in ons lichaam, van cellen tot organen, een 24-uursritme heeft. “Het is belangrijk dat al deze ritmes gelijklopen”, zegt Albalak. “Als deze verstoord raken, wat soms bij mensen die nachtdiensten draaien gebeurt, neemt de kans op verouderingsziekten, zoals diabetes en dementie, toe.”

Lichaamsbeweging, maar ook de timing van eten en blootstelling aan licht, zorgt ervoor dat je biologische klok in het juiste ritme blijft. “Wij denken dat een piek in lichaamsbeweging in de ochtend het meest aansluit bij je biologische ritme en dat er op die manier meer gezondheidswinst te behalen valt. Met in dit geval een lagere kans op een hartaanval en herseninfarct”, legt mede-onderzoeker Raymond Noordam uit.

 

Groter effect bij vrouwen

De deelnemers aan dit bevolkingsonderzoek in het Verenigd Koninkrijk waren tussen de 42 en 78 jaar oud. Ze droegen een week lang een polsbandje die al hun bewegingen bijhield. Op basis daarvan werden zij ingedeeld in vier groepen: mensen die het meest in de vroege ochtend, late ochtend, middag en avond bewogen. “Deelnemers werden 8 jaar lang gevolgd om te kijken hoeveel van hen een hart- of herseninfarct kregen. Dat bleken er bijna 3800 te zijn. Vervolgens berekenden wij bij welk beweegpatroon het risico hierop het laagst was”, zegt Noordam. Dit bleek dus in de late ochtend te zijn en is onafhankelijk van de totale hoeveelheid beweging op een dag en geldt daarom ook voor mensen die heel weinig bewegen.

Interessant genoeg was dit effect het grootst bij vrouwen. Na verdeling op basis van geslacht zagen de onderzoekers dat vrouwen die het meest bewogen in de ochtend 22% tot 24% minder kans hadden op een hartaanval. Hoe dat precies komt kunnen de onderzoekers met deze studieopzet, waarbij ze gebruikmaakten van historische gegevens, niet verklaren.

 

Timing van bewegen is een relatief nieuw onderzoeksveld

De invloed van timing van beweging op je gezondheid is een relatief nieuw onderzoeksveld. De onderliggende mechanismen zijn daarom veelal nog onduidelijk, maar dat timing uitmaakt, daar is steeds meer bewijs voor. Of in de ochtend bewegen daadwerkelijk de enige oorzaak is voor een verlaagd risico op een hartaanval of beroerte moet blijken uit studies waarin mensen van te voren worden geïnstrueerd op een bepaalde tijd te bewegen.

Zelf starten Noordam en Albalak binnenkort met zo’n interventiestudie voor ouderen waarin ze hen sportlessen in de ochtend of avond aanbieden.

Albalak: “Uiteindelijk willen we mensen niet alleen vertellen dat ze méér moeten bewegen, maar ook wannéér ze dat het beste kunnen doen.”

 

Implicaties van dit onderzoek voor de wereld van werk: verbinden met campagnes over sedentair werk en de Nationale Beweegminuut

Als eigenaar van Priorities zie ik de volgende implicaties van dit onderzoek voor mensen in hun werk. Het is belangrijk deze kennis uit de medische wetenschap te verbinden met de wereld van het werk. Zodat de kennis uit dit onderzoek succesvol ingezet kan worden tijdens ieders werk.


In 2021-2022 is vanuit het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het werk (EU-OSHA) een campagne gestart rond de risico’s van zogeheten sedentair werk, zittend werk.


Ook de World Health Organization wijst op de gevaren van sedentary work. Lichaamsbeweging en het onderbreken van zittend werk is erg belangrijk ter preventie van hart- en vaatziekten. Dat wisten we al, nu versterkt door kennis uit deze campagnes.


In Nederland is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eenzelfde campagne gestart om mensen de wijzen op de gevaren van zittend werk, de campagne ‘Zet ook de stap‘. In het najaar 2022 werd dit aangevuld met de Nationale Beweegminuut.


Leadership, future of work, health at work vragen van ons om dit belangrijke onderzoek over de timing van lichaamsbeweging mee te nemen in ons werk en waar mogelijk te implementeren.

Kritisch na durven denken of we werk anders kunnen inrichten, tijdens werk meer te kunnen bewegen en vaker in de ochtend, zodat gezond werk mogelijk wordt.

 

Sandra Kruijt


 

Bronnen:

Leiden University Medical Centre LUMC, persbericht d.d. 14 november 2022; 

Artikel in de European Journal of Preventive Cardiology.

Deel dit artikel