Als je naar de wc gaat en je maakt het laatste velletje toiletpapier op, dan heb jij daar geen enkele last van. Degene die na jou komt des te meer.

Als je namelijk net die velletjes toiletpapier hard nodig hebt, heb je als het ware stront aan de knikker met of door degene die voor jou het laatste toiletpapier heeft gebruikt. Die heeft jou iets afgenomen, niet gegeven, onthouden, onmogelijk gemaakt of noem het maar op. Hij/zij heeft iets nagelaten waar jij last van hebt.

Stel, je hebt als stel een kat. Het is de beurt van je wederhelft m/v, om de kattenbak schoon te maken. Om de beurt, that’s the deal.

Aan het einde van de werkdag kom je thuis, terwijl je m/v op het punt staat weg te gaan en jou bij het weggaan nog even toeroept: ‘Ik heb de kattenbak vandaag niet verschoond’.

Wat daar gebeurt, is dat die m/v eigenlijk beslag legt op jouw tijd. Hij/zij heeft iets niet gedaan, iets anders wel gedaan en hij/zij heeft jou iets afgenomen of onmogelijk gemaakt. Namelijk dat kwartier dat jij op de bank had kunnen zitten en nu die kattenbak moet schoonmaken.

Je kunt het ook niet doen, maar als die kattenbak te lang niet is verschoond heeft je kat dadelijk stront aan de knikker en loopt met een vieze vacht het hele huis door.

Even afhankelijk van de urgentie van het geheel ga je op de bank zitten of ga je de bak schoonmaken.

Bij beide voorbeelden is het wel duidelijk dat degene die iets nalaat er eigenlijk zelf geen last van heeft. De ander daarentegen, wél.

Dit is mijn inleiding op de ‘neuzeltaken’. Neuzeltaken zijn zo onbeduidend onbelangrijk dat je er echt niets mee hebt en al helemaal niet bij stil wilt staan. Maar helaas ze zijn er. Met kinderen erbij nemen deze taken en hun aantal exponentieel toe. Het kan wel eens zo zijn dat je, door het verwaarlozen van deze neuzeltaken, stront aan de knikker krijgt. Dan duurt het dus weer even voor u weer fijn met die knikker kan spelen.

Work hard. Live balanced. Sandra Kruijt

Deel dit artikel