Het grote allesoverheersende onderwerp op het werk. Groot, ingewikkeld, alles opslokkend. Het vult je hoofd, met alle onderwerpen die erbij horen. “Dáár ook nog rekening mee houden”, “dat niet vergeten”, “voorbereiding”, “nabellen”, “in de gaten houden”, zo spreekt je hoofd tegen je. Het hoofd is overvol, met opeengepakte gedachten waar keer op keer nog nét iets bij geperst wordt. Als sardientjes in een blik zo zitten al die gedachten er, met zelfs geen ruimte meer voor de olie. Een topzware kop. Niet dat je het aan de buitenkant ziet, maar dat hoofd is zijn gewicht in goud waard.

En toen kwam de schoonmaakster van kantoor je kamer binnen. Ze begint over alles waar jij het nu niet over wilt hebben. Alles wat op dit moment niet belangrijk is of ooit voor jou belangrijk is geweest. En ze kletst maar door. Je hebt niet de mogelijkheid om er tussen te komen en ondertussen rinkelen allemaal alarmbellen in je achterhoofd. Je moet nog dit en dat en zus en zo en links en rechts en achter en voor. Op een ander moment zou het belangrijk zijn. Op dit moment van grote werkdruk of haast is het voor jou, een onbelangrijke verhaal.

Je voelt de spanning stijgen in je lichaam. Je wangen kleuren van het bloed dat daarheen begint te kruipen. Je bent je bewust van de denkrimpels, probeert je gelaatsuitdrukking weer op aardig te zetten, maar je weet niet zeker of het voldoende lukt. Ondertussen probeer je een einde aan het gesprek te maken. Vriendelijk en beleefd, maar zo snel mogelijk, anders kun je het niet meer vriendelijk en beleefd. Dan wordt het kort en geïrriteerd en komt hij, zij of hen, nooit meer terug om jouw kamer te doen.

Nou dat moment, dus. Dat je daar staat. Dat je je zo voelt. Voor collega’s zonder kinderen een vervelend moment dat weldra zal eindigen. Voor collega’s met kinderen wellicht een bekend moment, althans een moment dat op een vage manier bekend voorkomt. En dan heb ik het over het moment dat je nog niet los bent van je werk en je kinderen na een vermoeiende dag werk ophaalt van de crèche, school, de naschoolse of buitenschoolse opvang, vriendje of vriendinnetje. Je bent door de file heen gestoven, op twee banden de bocht door, nét op tijd om de kinderen op te halen. Werk, werk, werk, speelt nog door je hoofd en ondertussen is het kinder-gezellige-prietpraat golflengte.

Prietpraat – aha- aha- aha- automatische-piloot – ja ja – aha – aha – nee schudden – ja schudden – naschudden van de drukte op je werk en de weg – nog meer prietpraat – knikken – lachen – ja schudden – nee schudden – automatische piloot – knikken – golflengte. Na afloop, soms kort erna, soms uren later, denk je “wat hebben ze ook al weer gezegd?” en blijkt al het belangrijke in die minuten gezegd te zijn dat jij niet zat op te letten.

Het is vaak druk tijdens dit spitsuur van het leven, waarin het als werkende ouders een hele kunst is op om steeds weer te presteren.

Gelukkig is het vaak anders. Als je los bent van je werk. Dan is het gezellige prietpraat. Je toetert zelf gezellig mee. Lekker met zijn allen in de auto op weg naar huis. Leuk!

Work hard. Live balanced. Sandra Kruijt

Deel dit artikel