Soms verlang ik er naar terug. De eendimensionale taak. Zo hard werken en in volle overgave al je tijd aan het werk geven tot je niet meer kunt. Vervolgens ga je moe maar voldaan naar huis. Je eet wat, ontspant wat, sport wat, gaat naar bed en springt de volgende dag je bed uit –  je eendimensionale taak wacht weer.

Ik zeg niet dat het makkelijk is. Ik zeg niet dat het geen immens grote taak is. Maakt niet uit wat je eendimensionaal maakt – het kan reusachtig zijn. Ik zeg niet dat het geen ‘hell of job’  is om die taak uit te voeren. En ik zeg al zeker niet dat je niet over fantastische kwaliteiten moet beschikken waarmee je die job tot een geweldig einde of een fantastisch verlopend proces brengt. Hulde. Dan ben je een kanjer. Gezegend is het bedrijf waar jij je tijd en je kwaliteiten voor inzet.

Wat ik bedoel met een eendimensionale taak is dat dat het enige is waar je over hoeft te denken. Daaraan en aan jezelf na afloop. De volgende dag weer – daaraan en aan jezelf na afloop. Zo gaat dat een paar dagen door. Dan is het weekend. Op je vrije dag denk je aan jezelf en aan je eendimensionale taak na afloop. Zo wissel je werkdagen met vrije dagen af.

Wellicht is in uw geval de taak groot en ingewikkeld en wordt het eigenlijk een tweedimensionale taak. Van een lijn, maak je een vierkant en je tekent er een dak op. Alles in het groot. Het is een grote taak. Je hebt al je kwaliteiten, je volle tweedimensionale aandacht en energie nodig om die klus te klaren. Dan staat het in volle glorie. Je ziet een prachtige tekening van een dijk van een huis. Nog meer hulde. Nog meer tijd en aandacht nodig geweest om dit neer te zetten en tot een goed einde te brengen.

Maar wat het – ondanks al die inspanning, tijd en aandacht – nooit wordt, is een driedimensionale taak. Daarvoor heb je namelijk andere mensen nodig. Kinderen bijvoorbeeld, een zieke partner of een zieke vader, moeder of dierbaar ander iemand in het ziekenhuis.

Dan wordt er achter je grote taak, de hele platte tekening van je werk, een volledig nieuw huis geplakt. De puntjes moet je, net als bij de hogere wiskunde, met elkaar gaan verbinden. Het loopt kriskras door elkaar. Bij dat punt moet je ineens nog aan dat punt denken. Bij het volgende punt kan je weer een heel ander punt vergeten zijn. Zo voel je die driedimensionale druk opbouwen.

Een driedimensionale taak gaat niet vanzelf. Op ieder punt moet je weer nagaan: wat van de overige een of tweedimensionale taak moet ik nu weer doen. Of erger: welk punt ben ik nu weer vergeten. Zo voelt driedimensionale onrust. Zo is het dat je met een driedimensionele taak steeds weer kostbare tijd kwijt bent aan het inventariseren wat je bij je andere taken moet doen of had moeten doen. Terwijl de druk groeit, ben je steeds meer tijd kwijt aan het bedenken waar die druk uit bestaat. Gewoon omdat je niet meer vòl kunt gáán. Je rent als het ware met een gevangenisbal om je voet en moet steeds opnieuw weer bepalen waar je heen gaat rennen.

Ze noemen het ook wel eens ‘de spitsuur van het leven’, als je kinderen hebt en tegelijkertijd werkt, wil werken of – zoals nu steeds vaker gezegd wordt – moet werken, omdat al het arbeidspotentieel gebruikt moet worden. Voor de zieke partner, de zieke ouders of andere dierbare zieken naast je werk, is bij mijn weten nog niet zo’n uitdrukking bedacht. Aan ons de schone taak om dat alsnog te doen.

Het moet wel een goede uitdrukking zijn en we moeten er zorgvuldig naar zoeken. Bij de uitdrukking ‘spitsuur van het leven’  bijvoorbeeld, is het net of je in een auto stilstaat in de file. Was het maar zo. Uitpuffen in de auto, lijkt me dat. Wat er goed aan die uitdrukking is, is dat het inderdaad weleens kan voelen alsof je stilstaat.

Maar ik vind de uitdrukking niet goed. Kinderen, werken en ook zelf nog een gelukkig mens zijn, vind ik eigenlijk net zo’n moeilijke opgave als wanneer je met die bal om je voet in Cairo op de drukste straat staat tijdens de spits en nog heelhuids aan de overkant moet komen. Het moet er ook nog een beetje goed uitzien, dus bij voorkeur op elegante hoge hakken. Je kunt niet goed rennen en veilig stilstaan kan al helemaal niet. Runover by rushhour. Zo voel je je meer.

Komt daar iemand in zijn maserati vrolijk op weg naar zijn of haar een of tweedimensionale taak bijna over jouw tenen gereden, dan sta je al zuur te kijken. Als degene in die auto je eigen partner blijkt te zijn, ben je helemaal ver van huis. De ander zit vrolijk meezingend met het deuntje in de auto, terwijl jij op dat drukke kruispunt al die puntjes wiskundig staat te verbinden.

Ik heb gelukkig gemakkelijk praten. Inmiddels doen wij het namelijk samen en zijn wij gelukkig samen als Working Parents en de kunst van presteren een eind op weg om de overkant te halen. Als ik daar aankom, ga ik uitpuffen bij mijn één of liefst tweedimensionale taak. Daar verheug ik me nu al op.

Work hard. Live balanced. Sandra Kruijt

Deel dit artikel